(dit is het vijfde deel in een serie over homosexualiteit binnen een gereformeerde omgeving)
Dit is de dag die ik altijd heb gewenst. Hij kan gewoon niet mooier zijn. De lucht is blauw met een paar schapenwolkjes die naar mij lijken te knipogen.
Hij is nog mooier dan ik ooit heb gezien; een lach van oor tot oor als ik de deur voor hem open. In zijn hand een prachtig boeket met zachtroze rozen, witte pareltjes erdoorheen geweven. Stilte, we delen dit onuitsprekelijke moment. Een moment, een einde, een begin, een passage.
Hand in hand wandelen we voor iedereen uit, we kunnen vandaag de hele wereld aan; ik kan vandaag de hele wereld aan. Rust, serene rust gaat uit van alles wat ik zie.
Ik kijk naar familie, vrienden, bekenden en mensen die alleen maar gekomen lijken te zijn om gelukkige mensen te zien. Ik zal ze laten zien hoe gelukkige mensen eruit zien!
Net om de hoek van de deur zit een harpiste die speciaal voor ons liefelijke tonen aan een prachtige harp weet te ontfutselen. Warm licht valt door de hoge ramen op de eeuwenoude contouren. Hoeveel gelukkige mensen zijn hier al gepasseerd en nu eindelijk wij!
Vol liefde kijk ik hem aan, de woorden van de ambtenaar lijken een klein beetje langs mij heen te gaan. Belangrijk is nu die momenten die wij nu delen, maar vooral die wij in de toekomst gaan delen. Ik zie zijn prachtige bruine ogen, ogen waarvan ik weet dat zij een klein tikkeltje grijs verbergen. Zijn mond beweegt als hij belooft van mij te houden.
Ik zie de mooie slanke lippen, alleen wat zorgvuldig opgebrachte lipgloss meer niet. Mijn ogen glijden naar boven, die prachtige groene ogen die altijd stralen, een heel klein beetje oogschaduw en mascara om de schoonheid te accentueren. Hoe is het mogelijk dat je daar zo sprakeloos van kunt worden.
Wordt vervolgd...
|